Verhuisd

Ik ben verhuisd!

Ik bivakkeer nu op www.barbaraklomp.nl

Kom vooral ook daar langs!
de koffie staat klaar… ;-)

 

Advertenties

mijn column in @tijdschriftles #deweekvan #nt2

Voor wie nieuwsgierig is hoe mijn werkweek eruit ziet, en voor wie (om een of andere obscure reden) nog geen lid is van Tijdschrift Les, en dus mijn column gemist heeft.
Hier kan je hem ook lezen! (maar nu wel hup, vlug een abonnement nemen hè?!)

de-week-van-barbara-klomp

Tijdschrift Les
nr 199 jaargang 34 (2016)
Uitgeverij Boom, Amsterdam

 

IND zegt “nee”

Ik heb -als docent- een zuiver professionele verhouding met een cursist. Ik ben geen vriendin, geen familie, geen hulpverlener of psycholoog. Ik ben docent. Niets meer, niets minder.

En zo danste ik een aantal weken geleden op een Eritrese bruiloft, had ik deze zomer een inmiddels bevriende cursiste uit Boedapest te logeren, zoek ik naar geschikte hulpinstanties voor een Poolse man met financiële problemen en zat er vanmiddag een huilende Syrische jonge vrouw bij mij thuis op de bank.

So far for mijn professionele verhouding.

Ze is -in mijn bejaarde veertigplus ogen- een jonge meid. Achtentwintig pas en net een jaar in Nederland met haar man en hun zoontje van drie. Heel hard aan het werk voor het inburgeringsexamen, druk bezig met een netwerk op te bouwen hier in Utrecht en knokkend om een nieuw leven te beginnen.

Maar ergens anders leven nog drie kinderen. Kinderen uit haar eerste huwelijk, kinderen van de man waarmee ze trouwde toen ze veertien was. Kinderen die tot anderhalf jaar geleden nog samen met haar, haar huidige man en haar jongste zoontje een gezin vormde. Kinderen die met haar ex-man Damascus zijn ontvlucht toen er een bom op hun huis viel. Die nu soms wel en soms niet naar school gaan, waar half voor gezorgd wordt, die ontzettend ongelukkig zijn met een vader die ze amper kennen en geen tijd voor hen heeft. Kinderen die hun moeder ontzettend missen.

“IND zegt nee” zegt ze. Maar wat kan je als moeder?
IND kan wel nee zeggen, maar alles in je hoofd, lijf en hart gilt “ja”. Dus schreven we vandaag een brief aan de IND. Een brief om te vragen of de kinderen wél naar Nederland mogen komen, om weer een gezin te vormen met hun moeder, broertje en (stief)vader.

En dat is niet volgens de regels, want het is niet binnen de drie maanden waarin je het verzoek tot gezinshereniging moet indienen. Omdat ze dat toen niet wist, zichzelf net met haar jongste zoon bij haar man gevoegd had.
IND zegt nee.

En ik probeer me heel erg aan mijn principes te houden en niet persoonlijk betrokken te raken. En dat lukt ook zo goed, als ze met een vriendin op mijn bank zit te huilen.
Principes en regels zeggen soms ‘nee’, terwijl alle emoties en gevoel veel harder ‘ja’ roepen.

Hiep hoi voor vrijwilligers!

Soms maak ik een spagaat.
Ik houd een pleidooi voor taalvrijwilligers en ik roep dat NT2-docent zijn, taalles geven een vák is.

Het is míjn vak. Een vak waar ik trots op ben. Ik heb er hard voor gewerkt, ik ben in het diepe gesprongen, voor klassen gaan staan, ik heb mijn onderwijsbevoegdheid gehaald én de post-hbo tot docent NT2 met succes afgerond. Ik heb ruim tien jaar ervaring en  inmiddels  bemoei ik me ook graag met van alles op mijn vakgebied. Ik zit in de werkgroep die de conferentie voor NT2 docenten organiseert (vanuit de BV NT2) en ik maak deel uit van de redactie van ons vakblad Les.

En bovenal geef ik les.
Omdat dat het allerleukste is op de hele wereld!
En het belangrijkste.
Vooral aan deze doelgroep, die steeds minder uit expats en arbeidsmigranten en steeds meer uit vluchtelingen bestaat.

En omdat ik dat lesgeven zo verdomd leuk en belangrijk vind, draag ik dat graag uit. Ik geef trainingen aan taalvrijwilligers, ik schrijf lesbrieven die taalvrijwilligers in de noodopvang kunnen inzetten in hun taalles, ik houd een taalspreekuur voor vrijwilligers.

Steeds vaker hoor ik NT2 docenten die boos zijn, dat er veel ‘werk’ door vrijwilligers gedaan wordt. Steeds vaker hoor ik vrijwilligers die zo gegrepen zijn door het vak dat ze zich inschrijven voor de opleiding.
En steeds vaker hoor ik zeggen dat het vervaagt. Dat de vrijwilliger het vakgebied ‘troebel’ maakt. Dat de vrijwilliger de taaldocent zelfs uit de markt prijst.
En dat begrijp ik niet.

Ik zet mij graag in om vrijwilligers te begeleiden, omdat ik oprecht geloof dat er een grote doelgroep is die niet bediend wordt door het formele onderwijs, zoals de papierlozen en de vluchtelingen in de Noodopvang, de mensen van binnen de EU die niet hoeven in te burgeren en de lening niet aan willen gaan. De inburgeraars die na het behalen van hun examen weer thuis zitten en de taal amper oefenen…
Maar bovenal geloof ik in vrijwilligers die dingen doen, die ik als docent niet doe. Die koffie gaan drinken, een persoonlijke brief lezen, die helpen met het huiswerk (voor de inburgeringsles die natuurlijk wel door een bekwame en gecertificeerde docent gegeven moét worden). Vrijwilligers die een gesprek met de juf helpen voorbereiden. Vrijwilligers die soms de enige reden zijn om het huis uit te gaan. Die een vluchteling in de noodopvang weer even mens laten voelen, laten weten dat ze er mogen zijn.

Ja.
Natuurlijk, lesgeven is een vák.
Een verdomd mooi vak en een verdomd belangrijk vak.

Maar god, wat ben ik blij met al die mooie en lieve mensen die in hun vrije tijd aandacht en tijd geven aan de nieuwkomers in dit land. De nieuwkomers die natuurlijk zo snel mogelijk hun lessen in het formele onderwijs (bijv. inburgering) moeten volgen, maar die daarnaast ook een ‘buurvrouw’ nodig hebben die hen de hand reikt, die hen mens laat zijn.

Hiep hoi voor vrijwilligers!

Papa gaat naar school!

Hij liep op dinsdagavond de bibliotheek in, hij wilde taallessen.
“Ik wil Nederlands leren,” vertelde hij, “Ik moet.” Hij liet een brief zien van DUO, “ik moet inburgeren, maar ik heb geen geld. Ik mag niet lenen.”

Het is moeilijk een gemotiveerde man de deur te wijzen, maar de lessen in de bibliotheek worden gegeven door vrijwilligers, TOP-vrijwilligers, maar een vrijwilliger is geen NT2-docent en een vrijwilliger geeft geen inburgeringscursus.
Ik vertelde hem dat hij ook met schulden wel mag lenen bij DUO, hij kan immers de school niet zelf betalen. Met onze stagiaire bekeek hij de website Blik op Werk en geheel zonder mijn bemoeienis kwamen ze uit bij het taalinstituut waar ik op vrijdagochtend de intakes houd.

Vanmorgen zat hij al tegenover mij. Hij was ruim een kwartier te vroeg. “Dank u wel, Mevrouw Barbara”, zei hij, nog voor ik wat gedaan had. “Dank u wel dat u mij wilt helpen.”
We hadden een leuk gesprek, hij liet zien dat hij al behoorlijk taalvaardig was en we praatten over de cursus en de procedure. Hij kon nog steeds niet geloven dat we een lening konden aanvragen. Ik legde uit dat hij geen geld kreeg, dat het geld rechtstreeks aan de school betaald wordt. Zijn ogen stonden hoopvol, maar nog niet gerustgesteld. Hij had de afgelopen twee jaar overal aangeklopt, maar elke hulpverlener vertelde hem dat hij geen leningen aan kon gaan en dus zelf de school moest betalen. “U bent vluchteling,” legde ik hem uit, “als u binnen de gestelde termijn je examens haalt, wordt de lening omgezet in een gift.” “Ook voor mij?” “Ja. Ook voor u.”

Hij keek me nog steeds twijfelend aan. Ik belde met DUO. “Wij zullen de lening niet tegenhouden,” sprak de medewerker duidelijk. Ik stak mijn duim op.
Toen ik opgehangen had vroeg ik of hij het gehoord had. “Mevrouw Barbara, jij bent een engel!” sprak een stralende man. Hij pakte mijn hand vast. “Een engel! Dank u wel mevrouw Barbara.”

“Mijn kinderen komen dit weekeinde! Ik ga straks mijn kinderen ophalen en dan kan ik zeggen: Papa gaat naar school!”

Het neefje van Mahmoud

“Barbara, heb je – eh, gekijk? Zien film?”
Ik knik, ik heb de film gezien. “En ik moest heel erg huilen,” voeg ik eraan toe.
Ik zat met mijn man op de bank te kijken, we moesten allebei huilen.

Mahmoud knikt, de vrijdag voor de tv-uitzending had hij de film gezien in een zaal in Amsterdam.
Iedereen in de zaal moest huilen. “Moeilijk,” zegt Mahmoud, “Mooi en moeilijk.”

De IKON heeft in de serie mensjesrechten een documentaire gemaakt over Tareq, het neefje van mijn cursist Mahmoud. Tareq vlucht met zijn oom en familie uit het oorlogsland Syrie. Hij laat zijn ouders, zusje en broertje achter. Hij woont nu al een jaar bij zijn oom Mahmoud en zijn gezin in Stolwijk. Tareq gaat er naar school. Hij bouwt een leven op, met het grote verdriet dat zijn ouders nog in Syrië zijn.
Een aangrijpende documentaire, die je niet met droge ogen kan zien.

“Ik wil niet kijken in de klas,” zegt Mahmoud. “Dat is moeilijke.”
En als ik eerlijk ben, wil ik dat zelf ook niet. Ik denk dat ik ook een tweede keer mijn tranen niet zal kunnen bedwingen.
Maar kijken jullie vooral naar deze film, hij duurt ongeveer 20 minuten en is het kijken meer dan waard.

Mensjesrechten – Een jaar zonder mijn ouders

 

Welkom in Utrecht

Het duurt even voor ik door heb dat ze voor de voordeur zijn blijven staan. Ik ben gewend dat mijn gasten binnenkomen. Ik loop terug: “Wees welkom!” zeg ik, en ik gebaar hen binnen te komen. “Wees welkom bij ons thuis!”

De aarzeling die ze voor de voordeur hadden, lijkt totaal verdwenen. In één snelle beweging lopen ze naar binnen, door de hal, langs de keuken, de woonkamer in. Ze twijfelen bij de bank, zien de katten en maken hun keuze. Binnen twee seconden zitten ze aan tafel. Jas nog aan. “Ehm, shall I take your coats?” vraagt mijn man aarzelend. De jongens geven braaf hun jassen af.

We zitten aan tafel met Feras en Khalid, twee jonge mannen uit Syrië. We hebben ze net opgehaald bij de Jaarbeurs. Het voelt een beetje onwennig nog. In de bus hebben we geprobeerd te praten, maar echt eenvoudig is dat niet. Ook niet voor mij. Dagelijks spreek ik mensen die onze taal nog niet machtig zijn, die net in Nederland wonen  en een heel verhaal achter zich hebben. Maar ik ben niet aan het werk. Ik ben thuis.

We zitten nog in de “wat-wil-je-drinken-fase”, wanneer Feras opspringt, op van de vloer, op van zijn stoel, op de tafel bijna. Hij gilt. “La-la!!” Hij slaat angstkreten uit.
De oorzaak is onze bejaarde poes Bacchus. Als er een schoot beschikbaar is wil Bacchus erop. Feras blijkt een kattenfobie te hebben, en Khalid een goed gevoel voor leedvermaak.
De rest van de avond zijn de katten buiten, om de vijf minuten horen we gekrabbel aan het kattenluikje, dat toch gewoonlijk altijd open is…

We hebben de halve dag in de keuken gestaan en dat blijkt niet voor niets. Stond er in de mail van Eetmee nog dat je moest aandringen, minstens een keer of drie… Dat valt wel mee. Deze jongens eten veel. Hartige taart, brood met humus, tzaziki, bietensalade en alles wat er voor hun ogen komt. We duiden de ingedienten. Pompoen en courgette, ui en champignons. Wat is quacemole in het Arabisch?

Khalid, de schilder uit Damascus, zegt vrij weinig. hij spreekt geen Engels en neemt niet de moeite om via google-translate met ons te communiceren. Khalid lacht veel. Een vriendelijk joch met de hipste kleding en secuur gekapte haren.
Feras -een telecommedewerker uit een plaatjes vlakbij Damascus- gooit zijn hele ziel en zaligheid op tafel.

Feras spreekt slechts een beetje Engels, maar is erg vaardig met google-translate en maakt zijn verhaal nog visueler met foto’s en handgebaren. Hand op de mond, handen geboeid, een pistool, een mes. Sommige gebaren wil je liever niet herkennen.
“Kijk dit is Griekenland, drie uur ’s nachts” een paar keer scrollen later zijn we in Hongarije. We horen verhalen die we alleen van het nieuws kennen. Smokkelaars, mensenhandel, wapens, gevaar. Hij toont ons foto’s van de plekken waar hij sliep, meestal op straat.
Ik dacht veel gezien en gehoord te hebben, zelfs uit eerste hand. Maar man, aan je eigen eettafel!

We zoeken tussen ons kippenvel naar woorden. Naar lucht. Soms duikt er via whatsapp een foto op van zijn vrouw, van zijn dochter van nu net een jaar, een foto van een trotse moeder.
We zoeken naar mooiere woorden, mooiere thema’s.

We duiken in de muziek. Ohm Kartoum en Shakira. Wie iets weet, mag het zeggen. Wij draaien wel!
Op youtube en via spotify worden we mensen en vrienden voor de avond.

We komen thuis.